Klimaat

Het klimaat – de zon

 

Het leven op aarde wordt in belangrijke mate bepaald door het klimaat. Onder het klimaat verstaan we het gemiddelde weer. Dit is het gemiddelde van de toestand van de atmosfeer in een bepaald gebied over langere tijd. In de loop der tijd heeft de mens zijn bestaan op het klimaat afgestemd, bijvoorbeeld door de keuze van woon- en leefgebieden en de wijze waarop landbouw wordt bedreven om in de voedselvoorziening te voorzien. De laatste decennia is het klimaat natuurlijk ook belangrijk voor de keuze van vakantiebestemmingen, zowel de zomervakanties als de wintersport.

 

Klimaatonderzoekers denken natuurlijk vooral aan de natuurkundige systemen. Zij zien het klimaat als een procesmatig systeem dat zowel de atmosfeer, oceaan, land, ijs en de biosfeer omvat. Zij zijn zeer belangstellend in de verbanden die tussen deze componenten bestaan. Bijvoorbeeld de verdamping van water uit de oceanen naar de atmosfeer of de regenval vanuit de atmosfeer op het land.

 

De motor van het klimaatsysteem is de zon. Doordat de zon de aarde niet overal in gelijke mate opwarmt, ontstaan verschillen in temperatuur tussen de evenaar en de polen. Dit geeft aanleiding tot transport van warmte. Aan deze ongelijke opwarming ontleent het klimaat ook zijn naam. Klimaat betekent namelijk letterlijk “doen hellen”, de hellingshoek waaronder de zonnestralen de aarde treffen. Aan de evenaar is die groter dan aan de polen.

 

De ongelijke verdeling van temperatuur op aarde is slechts één van de factoren die zorgen voor verschillen in klimaat op aarde. Bij een vrijwel gelijke temperatuurverdeling tussen twee plaatsen, zoals bijvoorbeeld Houston en Alexandria, kan het klimaat zeer verschillend zijn. In Houston valt ruim 65 maal zoveel neerslag als in Alexandria. De geografische ligging van land en zee, de oppervlakte temperatuur van de grote zeestromingen in de oceaan en de ligging van grote bergruggen, zoals de Rocky Mountains, de Himalaya en de Alpen spelen zeker zo’n belangrijke rol. Enkele andere voorbeelden:

 

–   Nederland ligt dicht bij de Atlantische Oceaan. Dit heeft een matigende invloed op het klimaat, waardor wij meestal zachte winters en koele zomers hebben.
–   het continentaal gelegen Polen heeft daarentegen koude winters en hete zomers.
–   de Rocky Mountains hebben invloed op de neerslag, daardoor is het aan de Westkust van de Verenigde staten veel natter dan meer landinwaarts.

 

Klimaat – indelingen

 

E zijn verschillende klimaten op aarde:

 

–   zeeklimaat; Een klimaat met zachte winters, koele zomers en regen gedurende het gehele jaar.

–   landklimaat; Een klimaat met grote temperatuurverschillen tussen zomer en winter en de meeste neerslag in de zomer.

–   woestijnklimaat; Een klimaat waarin het heet en droog is.

–   moessonklimaat; Een klimaat met veel neerslag in het ene halfjaar en weinig in het andere.

 

Er kan ook worden ingedeeld volgens de overheersende windrichting en daarmee de herkomst van de aangevoerde lucht:

 

–   equatoriale lucht; Warme en vochtige lucht, die Nederland niet kan bereiken.

–   subtropische lucht; Warme en vochtige lucht, aangevoerd via de Noordatlantische Oceaan. Droge lucht indien deze is aangevoerd via de Middellandse Zee.

–   arctische lucht; Koude lucht.

 

 

Een andere indeling wordt gemaakt door naar het verband tussen het klimaat en de plantengroei te kijken:

 

–   temperatuur

–   neerslag

–   verdamping

 

 

 

 

Klimaatverandering

 

Het weer speelt zich af in de atmosfeer; een relatief dunne gasvormige schil. Deze schil is ‘slechts’ enkele tientallen kilometers dik. De atmosfeer is voor de mens van levensbelang. De scheikundige samenstelling van de atmosfeer is perfect. Het klimaat op aarde bevindt zich hierdoor in een evenwichtstoestand, waarin door de eeuwen heen schommelingen zijn voorgekomen. Mondiaal is men nu tot het besef gekomen dat door de invloed van mensen de balans is gewijzigd. Het is inmiddels duidelijk dat

 

de in verschillende delen van de wereld waargenomen temperatuurstijgingen niet zijn toe te schrijven aan natuurlijke variaties.

 

Sinds het begin van de 20e eeuw is de temperatuur aan het aardoppervlak tot 0,6 graad Celsius gestegen. Tegen het einde van de 21e eeuw is het naar verwachting 1 tot 4 graden warmer. Het toekomstige klimaat wordt berekent en gemaakt met behulp van modellen, die weliswaar steeds verder ontwikkelen, maar zeker niet volmaakt zijn. Voornamelijk over de rol van bewolking en aerosolen (kleine zwevende stofdeeltjes en druppeltjes) is nog onvoldoende bekend.

 

De gemiddelde jaartemperatuur op aarde bedraagt nu ongeveer 15 graden; voor Nederland is dat ruim 9 graden Celsius. Klimaatveranderingen worden door de diverse weerdiensten en meteorologen nauwlettend in de gaten gehouden.